Meran / Merano

kurstad met een mediterriane sfeer

 

Vrijdag 19 juni 2009

Vandaag vrijdag is het marktdag in Meran. Een extra reden om deze mooie kurstad te gaan bezoeken.

 

Meran is na de hoofdstad Bozen, de grootste stad van Zuid-Tirol en ligt op een hoogte tussen 323 en 530 meter.
De stad bestond al in de Romeinse tijd als de militaire nederzetting Castrum Maiense.
Het in de Middeleeuwen ontstane dorp werd pas belangrijk na de opkomst van de graven van Tirol.
In 1317 kreeg Meran stadsrechten. Bron: www.alpenfreaks.be

Omdat we verwachten dat het druk is kiezen we voor het oer Hollandse vervoersmiddel: de fiets. We hoeven niet over de drukke pasweg er naar toe te rijden. Langs de camping loopt het fietspad van het Passeiertal welke van Meran naar St Leonhard loopt. We stappen op de fiets en rollen bijna zonder te trappen naar Meran. Het gaat aldoor bergaf, dat beloofd wat voor de terugweg dan moeten we namelijk omhoog. De zweetdruppels verschijnen al op mijn hoofd als ik er aan denk.

Ergens missen we een bordje en via een industrieterreintje aan de rand van Meran komen we uit op de pasweg van het Passeiertal. Dit is niet de bedoeling. We steken over en fietsen het laatste stukje over de pasweg dan komen we weer de bordjes tegen en vervolgen onze weg over het fietspad. We komen al fietsend door Meran uit in het park. Het park gaat over in de winterpromenade. Hier vind je in een galerij hele mooie schilderijen van dorpen in de omgeving en in de Dolomieten.

We parkeren de fietsen op de winterpromenade vlak bij een brug. Zo hebben we dan een richtpunt om de fietsen terug te vinden. Natuurlijk wordt er eerst weer een terras opgezocht voor de broodnodige cappuccino. Vlakbij de plaats waar wij de fietsen parkeren vinden we aan de boulevard een gezellig terras waar we deze kunnen nuttigen.

Na de cappuccino gaan we op zoek naar de markt. Vrijdag is namelijk marktdag in Meran. Het blijkt dat wij er nog een stief kwartiertje vanaf zitten. We wandelen op ons gemak door de oude stad en genieten van de architectuur. Op de boulevard staan ook diverse kunstwerken, Atlas is er daar één van. 

We bereiken de markt en besluiten dat ieder daar zijn eigen weg gaat. We spreken af dat we Jan en Paula na anderhalf uur weer ontmoeten bij het begin van de markt. Wij slenteren over de markt maar ontdekken dat deze markt eigenlijk veel van hetzelfde bied. Vroeger, 20 jaar terug, was de markt veel gevarieerder. Ook is op deze markt je Euro geen twee Euro waard. Dit vrij vertaald naar de slogan van vroeger: "op de markt is uw gulden een daalder waard". De zaken die echt de moeite zijn om verder aandacht aan te besteden hangen voor de winkelprijzen te koop. Na één uurtje hebben Emmy en ik het wel gezien. We duiken het station in welke vlakbij de markt ligt. Vroeger was het hier een drukte van belang met vertrek van internationale treinen naar Oostenrijk en Duitsland. Tegenwoordig komen alleen de stoptrein naar Bozen en het boemeltje van de Vinschgaubahn nog hier. Er valt weinig te beleven maar we kunnen wel even in de schaduw zitten. Het is namelijk drukkend warm deze dag. Op het afgesproken tijdstip treffen we Jan en Paula weer en wandelen op ons gemak terug naar onze fietsen.

 

Net als we overleggen of we nog op een terrasje gaan zitten of gelijk terug gaan wordt dit voor ons besloten. Op de markt hadden we af en toe al een paar spettertjes gevoeld maar nu gaan alle sluizen open. Het dondert en het bliksemt, geen weer om op een fiets te gaan zitten. We duiken een terras op en wachten de bui af. Een ijsje en een cappuccino later is het droog. We zijn inmiddels anderhalf uur verder. We stappen op de fiets en gaan vol goede moed beginnen aan de klim naar Saltaus. Degene die het het zwaarst heeft is Emmy. Zij heeft net als Peter een huurfiets echter zij heeft slechts zeven versnellingen welke niet echt voldoende zijn voor het gestaag stijgende fietspad. Gelukkig kunnen we de bordjes nu wel vinden. Het fietspad loopt anders dan we verwachten maar we zien nu wel waar we op de heenweg fout zijn gegaan. Dan worden we tegen gehouden door de carabinieri, even denken we dat onze fietsen niet in orde zijn. Maar dat blijkt het niet te zijn. We moeten even wachten want er vindt een controle plaats door de vrijwilige brandweer. Er blijkt namelijk een Muren naar beneden te zijn gekomen en ze verwachten nog meer modderstromen. We krijgen de opdracht om met  spoed langs de plek van het onheil te gaan. Dit laten we ons geen twee keer zeggen het alternatief is namelijk terug naar Meran en over de pasweg naar de camping. Wanneer we de camping in zicht krijgen voelen we alweer de eerste druppels naast de vele zweetdruppels. Met een klein eindspurtje zijn we nog net voor de volgende onweersbui in de caravan. Weer een mooie dag is voorbij.